Het leefgebied Natte dooradering van het stelsel Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) kent vijf doelsoorten boerenlandvogels.
Dossier
Natte dooradering
Doelsoorten
Wat is natte dooradering?
Natte dooradering is een natuurtype binnen het agrarische cultuurlandschap dat bestaat uit een netwerk van veelal lijnvormige landschapselementen, zoals sloten, beken, poelen en kleine wateren. De aangrenzende graslanden zijn vaak vochtig tot nat, met een hoge grondwaterstand en in streefsituaties een kruidenrijk en open gewas. De natte dooradering vormt samen met de droge dooradering een verbindingsnetwerk in het landschap.
Het belang van natte dooradering
Nederland heeft naar schatting 330.000 kilometer aan sloten en watergangen. Voor een groot deel daarvan zijn boeren eigenaar van de sloten of hebben ze percelen in gebruik aangrenzend aan de sloten. De natte dooradering kan bijdragen aan waterberging, betere waterkwaliteit en het versterken van de biodiversiteit. Dit draagt niet alleen bij aan de bescherming van diersoorten, maar ook aan de algehele ecologische gezondheid van het gebied.
Oorzaken afname soorten
Sinds de vorige eeuw is het aantal landschapselementen met meer dan 60% afgenomen. Hierdoor, is de biodiversiteit sterk afgenomen in het cultuurlandschap. Oorzaken hiervoor zijn dat het voor boeren lastig is om deze elementen in hun bedrijfsvoering te passen mede door schaalvergroting en ruilverkaveling.
Welke Vogels?
Binnen het ANLb zijn vijf vogelsoorten aangewezen als doelsoort voor het leefgebied Natte dooradering: de watersnip, slobeend, tureluur, zomertaling en zwarte stern. Vier van deze vogelsoorten zijn ook doelsoort van het leefgebied Open grasland. Dat houdt in dat je voor deze soorten maatregelen in beide leefgebieden kunt nemen om tot een optimaal leefgebied te komen voor deze soorten. Alleen de zwarte stern heeft als enige leefgebied de natte dooradering.
Posters en factsheets
Beheertypes
Sinds de tussenevaluatie van het ANLb-stelsel in 2021 zijn de natte en droge dooradering samengevoegd tot één leefgebied: Dooradering (A15). Binnen de natte dooradering staan er twee beheertypen centraal namelijk: A15.03 Watergang & A15.04 Poel. Binnen de beheertypes van de natte dooradering is variatie in natte landschapselementen en connectiviteit met andere watersystemen belangrijk om de biodiversiteit te bevorderen.
Beheer
Elke soort heeft zijn eigen soortspecifieke behoeftes. Dat betekent dat je geen algemene maatregelen kunt nemen die voordelig zijn voor alle doelsoorten samen. Het is met name belangrijk om te kijken naar de huidige lokale situatie en vanuit daar gerichte maatregelen te nemen voor bepaalde doelsoorten. Daarom is er een stappenplan opgesteld om binnen een gebied de biodiversiteit te verhogen én de doelsoorten aan te trekken of te behouden.
Drie maatregelen uitgelicht
Voor de natte dooradering zijn er drie maatregelen die uitgelicht zijn, namelijk ecologisch slootschonen, de aanleg en het beheer van natuurvriendelijke oevers, en het inzaaien van kruidenrijke akkerranden en graslandranden.