Nieuws

Ervaringen uit project natuurinclusieve akkerbouw

Blauwbloeiende bundel en gele mosterd als voederband langs een tarweveld voor bijen en insecten. Het landschap is gevarieerder wanneer het veld wordt begrensd door een bloeiend gewas, beekeepx via iStock
Bron foto: beekeepx, iStock (iStock)
Samenvatting
  • Onderwerp
    natuurinclusieve maatregelen, factsheet
  • Interessant voor
    akkerbouwers, adviseurs
Bekijk de bronnen
Boomkwekers, fruittelers, akkerbouwers en melkveehouders in de Betuwe hebben de afgelopen drie jaar natuurinclusieve maatregelen op hun bedrijf toegepast. Hun ervaringen zijn nu gebundeld in factsheets per sector. Het project heeft een gezamenlijk inzicht opgeleverd: de deelnemers zien de bodem als vertrekpunt voor weerbare teeltsystemen.

Het project ‘Natuurinclusief Betuws Boeren’ is na drie jaar afgerond. De ervaringen van de deelnemers met diverse natuurinclusieve maatregelen zijn gepubliceerd in een factsheet per sector: 

In dit nieuwsbericht aandacht voor de akkerbouw, waarin gewerkt werd aan deze natuurinclusieve maatregelen: 

  1. bouwplan 
  2. weerbare bodem 
  3. bloeiende akkerranden 
  4. natuurlijke plaagbestrijding 
  5. mechanische onkruidbestrijding 
  6. ecologisch slootbeheer 

Bouwplan

De deelnemende akkerbouwers hebben ervaring opgedaan met een ruimer bouwplan met meer ruimte voor rustgewassen, zoals granen en vlinderbloemigen. Een ruimer bouwplan met een juiste afwisseling van gewassen zorgt voor een betere benutting van nutriënten en minder uit- en afspoeling. 

Weerbare bodem

Er is in het project gewerkt aan een meer weerbare bodem door het bodemleven te voeden met organisch materiaal. Dit is gebeurd met gewasresten, organische mest, compost en groenbemesters. Met meer organische stof in de bodem worden nutriënten beter in de bodem vastgelegd, waardoor er minder uitspoeling plaatsvindt. Ook zorgt meer organische stof voor een betere bodemstructuur en een betere bodemweerbaarheid.  

Het factsheet deelt meerdere ervaringen met groenbemesters, zo biedt het inzaaien van een groenbemestersmengsel het voordeel dat er meer diversiteit is in het gewas en in de bodem. Dat leidt tot een verbetering van de bodemstructuur.  

Ook is er aandacht in het project voor het voorkomen van bodemverdichting. Het factsheet deelt meerdere tips, bijvoorbeeld voor het verlagen van de bodemdruk. Hiervoor kun je lagedrukbanden gebruiken, of lichtere machines. Ook kiezen voor vaste rijpaden helpt hierbij, zo wordt de bodemverdichting beperkt tot slechts die sporen. 

Bloeiende akkerranden

De projectdeelnemers hebben bloeiende akkerranden ingezaaid om de biodiversiteit te bevorderen. Voor het aantrekken van natuurlijke vijanden met bloeiende akkerranden, blijken de percelen van de deelnemers te groot. Verder bevat het factsheet praktische tips: leg eerst een vals zaaibed aan, ter bestrijding van ongewenste kruiden. Let goed op de keuze van het akkerrandenmengsel in combinatie met de gewassen.   

Natuurlijke plaagbestrijding

Voor natuurlijke plaagbestrijding wordt gewerkt met strokenteelt. Zo worden in de uienteelt stroken Facelia gezaaid, die natuurlijke vijanden van de trips lokken.  

Als insecticiden toch nodig zijn, kiezen de deelnemers voor groene middelen en pleksgewijze behandeling. Dit vraagt een goede monitoring van het gewas op schadelijke insecten en beoordeling of bespuiting nodig is. 

Mechanische onkruidbestrijding

Door meer gebruik te maken van mechanische onkruidbestrijding kan de inzet van herbiciden worden beperkt. Met het maken van een vals zaaibed kunnen de vroeg kiemende onkruiden worden bestreden zonder inzet van glyfosaat. Na het zaaien kan een onkruidbestrijding worden uitgevoerd met een wiedeg of schoffelmachine, hierbij moet dan wel worden gewerkt op kiemende of kleine onkruiden.  

Let op biodiversiteit bij slootschonen

Het factsheet bevat een aantal praktische tips als het gaat om ecologisch slootbeheer. Bij het slootbeheer kan de teler rekening houden met de biodiversiteit door het opgeschepte maaisel nog even in de sloot te houden. Zo kunnen veel dieren uit de maaikorf ontsnappen. Bovendien kan het slootschonen verdeeld worden over twee jaar: schoon de oever en de helft van de sloot het ene jaar, het volgende jaar de andere helft. Dit geeft dieren die voor de maaikorf uitzwemmen de gelegenheid om te schuilen in de achterblijvende begroeiing.