Nieuws

Regeldruk maakt start van nieuwe agrarische bedrijfstak lastig

Bron foto: Jevtic, iStock (iStock license)
Samenvatting
  • Onderwerp
    multifunctionele landbouw, zorgboerderij, kinderopvang, regelgeving
  • Interessant voor
    akkerbouwers, melkveehouders, ondernemers
Bekijk de bronnen
Boeren en tuinders die de stap willen zetten naar de multifunctionele landbouw ervaren veel regeldruk, met name in de periode waarin ze een omgevingsvergunning aanvragen of een verzoek indienen voor het wijzigen van een bestemmingsplan. “Ik hoor helemaal niets meer” of “Ik moet er de hele tijd zelf maar achteraan bellen”, zijn reacties van agrarisch ondernemers.

Multifunctionele landbouw (MFL) is de verzamelnaam voor agrarische bedrijfstakken als natuurbeheer, boerderij-educatie, boerderijverkoop, zorglandbouw, plattelandstoerisme en agrarische kinderopvang. In opdracht van het kabinet heeft de Kamer van Koophandel (KvK) een onderzoek gedaan naar belemmeringen bij het starten van activiteiten in de multifunctionele landbouw. In het onderzoek van de KvK lag de focus op de verblijfsrecreatie in het buitengebied en de kinderopvang.

Als grootste knelpunt noemen ondernemers het traject om een vergunning te krijgen. Ook ervaren boeren en tuinders een gebrek aan transparantie over de status en voortgang van de vergunningsaanvraag, en noemen ze het ontbreken van begrijpelijke communicatie. Vooral als in de betreffende gemeente weinig of geen ervaring is met het verlenen van vergunningen voor multifunctionele landbouw, loopt het proces volgens ondernemers vaak stroef.

Onvoldoende gehoord

De vergunningsprocedures zijn dermate complex dat veel ondernemers de hulp inroepen van een adviesbureau of specifieke kennis extern inkopen om aan hun informatieplicht te voldoen. Deze - vaak onvoorziene - kosten voor advies, aanvullende onderzoeken en aanpassing van het bestemmingsplan, kunnen oplopen tot tienduizenden euro’s. Ook duurt het lang voordat een ondernemer uit de startblokken kan, soms neemt het proces meer dan vijf jaar in beslag.

Boeren en tuinders hebben begrip voor het feit dat er duidelijke regels zijn waaraan bijvoorbeeld kinderopvang moet voldoen. Maar ze ervaren net als sommige uitvoerende organisaties problemen als het gaat om tijdige en duidelijke toetsing van de regels. Ook struikelen ze over de details die worden gevraagd. Daarnaast voelen ze zich vaak onvoldoende persoonlijk gehoord, en hebben ze meestal niet het idee dat ze regie op het proces kunnen voeren op de manier zoals ze dat wensen, zo staat in het KvK-onderzoek.

Extra inkomstenbron 

Demissionair landbouwminister Adema wil dit voorjaar via ‘verdiepend onderzoek’ op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau nagaan waar de knelpunten in de regelgeving op het gebied van Ruimtelijke Ordening zelf zitten. Daarnaast gaat het ministerie in samenwerking met boerenbelangenorganisatie LTO Nederland en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) bijeenkomsten organiseren voor ondernemers en ambtenaren om kennis uit te wisselen en succesvolle praktijkvoorbeelden te delen. 

Ook is er een handreiking gemaakt om de mogelijkheden van de multifunctionele landbouw binnen de Omgevingswet in beeld te brengen. Vanaf 1 januari 2024 hebben gemeenten meer beleidsruimte om MFL-activiteiten toe te staan. Ook het Nationaal Programma Landelijk Gebied en de gebiedsgerichte aanpak die daaruit voortvloeit, biedt ondernemers de kans om nieuwe wegen in te slaan. LTO heeft voor ondernemers een toolbox ruimtelijke ordening ontwikkeld met informatie hierover.

Band tussen boer en burger

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ziet multifunctionele landbouw als één van de toekomstperspectieven voor boeren en tuinders. Door verbreding van boerenbedrijven kunnen agrariërs extra inkomsten genereren als ze bijvoorbeeld door milieuregels minder vee kunnen houden. Ook leveren MFL-ondernemingen een positieve bijdrage aan de leefbaarheid van en werkgelegenheid op het platteland. Daarnaast versterken deze boerderijen vaak de band tussen boer en burger, en tussen stad en platteland, zo schrijft de minister in een Kamerbrief over de regeldrukervaring van landbouwers