Menu

‘KFFP AND (specerijen OR ingredienten)’

Foodsector
2016
2015
2014
Filter
  • artikel

    Duidelijkheid voor retail door Residu Indicator

    Waar de voedingstuinbouw al jaren gewend is aan eisen op het terrein van residuen, is het voor de bloembollensector nog wennen. Toch komen er steeds vaker vragen van de retail op dit punt. Na een rapport van Greenpeace uit 2014 over residuen van middelen op bollen nam Anthos het initiatief om te komen tot de Residu Indicator. De stand van zaken anno 2017.

  • rapport

    Ketenanalyse residu gewasbeschermingsmiddelen : bloembollen, boomkwekerijproducten en vaste planten

    Greenpeace heeft in het voorjaar van 2014 bloembol- en knolproducten en tuinplanten in pot op residuen van gewasbeschermingsmiddelen en biociden laten onderzoeken. PPO Wageningen UR heeft op verzoek van KAVB, Anthos en de LTO Vakgroep Boomkwekerij en Vaste planten, de herkomst van de gevonden residuen geanalyseerd. Hierbij is voor 18 van de bemonsterde en 2 extra gewassen in beeld gebracht wat het toegelaten gebruik van fungiciden, insecticiden en acariciden in Nederland is. Vervolgens zijn voor dezelfde 18 gewassen de gevonden residuen vergeleken met de te verwachten residuen op basis van het toegelaten gebruik. Ook de herkomst van de residuen die niet te verklaren zijn op basis van het in Nederland toegelaten gebruik is geanalyseerd. Binnen deze studie zijn geen nieuwe proeven of metingen uitgevoerd, maar zijn schattingen van het verloop van de ordegrootte van residugehaltes gemaakt op basis van de eigenschappen van de betreffende stoffen.

  • rapport

    Ketenanalyse residu gewasbeschermingsmiddelen : Bloembollen, boomkwekerijproducten en vaste planten

    Greenpeace heeft in het voorjaar van 2014 bloembol- en knolproducten en tuinplanten in pot op residuen van gewasbeschermingsmiddelen en biociden laten onderzoeken. PPO Wageningen UR heeft op verzoek van KAVB, Anthos en de LTO Vakgroep Boomkwekerij en Vaste planten, de herkomst van de gevonden residuen geanalyseerd. Hierbij is voor 18 van de bemonsterde en 2 extra gewassen in beeld gebracht wat het toegelaten gebruik van fungiciden, insecticiden en acariciden in Nederland is. Vervolgens zijn voor dezelfde 18 gewassen de gevonden residuen vergeleken met de te verwachten residuen op basis van het toegelaten gebruik. Ook de herkomst van de residuen die niet te verklaren zijn op basis van het in Nederland toegelaten gebruik is geanalyseerd. Binnen deze studie zijn geen nieuwe proeven of metingen uitgevoerd, maar zijn schattingen van het verloop van de ordegrootte van residugehaltes gemaakt op basis van de eigenschappen van de betreffende stoffen.

  • artikel

    'We moeten de bollen in het schap zien te houden'

    De markt vraagt om een duurzaam product. Als kweker wil je daar wellicht graag aan tegemoet komen, maar hoe weet je nou hoe duurzaam jouw product is? En hoe is het gesteld met residu op jouw bollen? De KAVB en Anthos komen binnenkort met instrumenten om de sector op dit terrein te ondersteunen. ‘We kunnen de signalen uit de markt niet negeren.’

  • rapport

    Duurzame Landbouw in Beeld 2010 : resultaten van de Nederlandse land- en tuinbouw op het gebied van People, Planet en Profit

    Duurzame Landbouw in Beeld 2010 geeft de resultaten weer van de Nederlandse land- en tuinbouw op alle relevante duurzaamheidsaspecten. Zowel de meest recente cijfers als de langetermijnontwikkelingen worden gepresenteerd. Naast de resultaten voor de sector als geheel worden de sectoren akkerbouw, opengrondvoedingtuinbouw (fruit en groente), opengrondsierteelt (bloembollen en boomkwekerij), glastuinbouw, rundveehouderij, varkenshouderij en pluimveehouderij afzonderlijk behandeld.

  • artikel

    Natuurlijk kapitaal: gezamenlijke stip op de horizon : duurzaamheid

    Het telen van bloembollen staat niet op zichzelf. Denk aan het effect op de bodem, het water en de omgeving, zeker als het product verder de keten in gaat. Alles wat we doen en laten, heeft effect op de planeet en het natuurlijk kapitaal. Het Ministerie van Economische Zaken heeft een traject in gang gezet om onder andere te komen tot een groter maatschappelijk bewustzijn rond verduurzaming.

  • rapport

    Duurzame Landbouw in Beeld 2010 : resultaten van de Nederlandse land- en tuinbouw op het gebied van People, Planet en Profit

    Duurzame Landbouw in Beeld 2010 geeft de resultaten weer van de Nederlandse land- en tuinbouw op alle relevante duurzaamheidsaspecten. Zowel de meest recente cijfers als de langetermijnontwikkelingen worden gepresenteerd. Naast de resultaten voor de sector als geheel worden de sectoren akkerbouw, opengrondvoedingtuinbouw (fruit en groente), opengrondsierteelt (bloembollen en boomkwekerij), glastuinbouw, rundveehouderij, varkenshouderij en pluimveehouderij afzonderlijk behandeld. Trefwoorden: duurzaamheid, landbouw, akkerbouw, tuinbouw, sierteelt, veehouderij, varkens-houderij

  • artikel

    Sector moet ‘licence to deliver’ hard maken op gebied van kwaliteit en duurzaamheid

    De kennis over bloembollen en vaste planten is bij de meeste retailers en consumenten beperkt en dus is het een belangrijke taak van de sector om de meerwaarde van bollen en planten aan te tonen. Maar juist omdat die kennis zo beperkt is, is het ook redelijk eenvoudig om te rommelen met soorten en maten en geen aandacht te schenken aan de duurzaamheidseisen die de markt stelt. Op verzoek van een aantal handelsbedrijven wil Anthos een vorm van bedrijfscertificering introduceren waarmee richting de markt garanties worden geboden op het gebied van duurzaamheid en kwaliteit. Voorzitter Henk Westerhof licht dit toe.

  • rapport

    Monitor Voortgang Verduurzaming Voedselketens : aardappelen, groenten en fruit

    De voedselconsumptie- en productie in Nederland gaat gepaard met verscheidene uitdagingen op het gebied van verduurzaming. In de Monitor Voortgang Verduurzaming Voedselketens (MVVV) zijn de belangrijkste duurzaamheidskwesties (‘hotspots’) in kaart gebracht voor het domein ‘aardappelen, groente en fruit (AGF)’. Op basis van publieke data is bepaald in hoeverre in de afgelopen 5 tot 10 jaar progressie is geboekt. Hotspots zoals ‘dodelijke ongevallen’ en ‘Maximale Residu Limiet op groente en fruit’ hebben de afgelopen jaren de gestelde doelen bereikt. Hotspots met minder vooruitgang en/of een aantal aandachtspunten zijn ‘milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen’, ‘nutriëntenuitspoeling’, ‘CO2-uitstoot uit de glastuinbouw’ en ’areaal bloemrijke akkerranden’.

  • rapport

    Fosfaatklassen voor fosfaatgebruiksnormen van de Meststoffenwet : landbouwkundige en milieuhygiënische aspecten in samenhang

    Invoering van het stelsel van gedifferentieerde fosfaatgebruiksnormen in de Meststoffenwet is gebaseerd op een beoordeling van de fosfaattoestand van de bodem. Daarbij worden drie klassen onderscheiden. Bij de invoering van het stelsel is aangeven of de criteria voor fosfaattoestanden wijziging behoeven. Deze studie rapporteert landbouwkundige en milieukundige effecten van wijziging van criteria voor de fosfaattoestand. De landbouwkundige effecten worden in beeld gebracht door vergelijkingen uit te voeren met de adviesbasis voor bemesting van bouwland. De indeling van de fosfaattoestand van de bodem wordt namelijk ook gehanteerd bij bemestingsadviezen voor akkerbouwgewassen, vollegrondsgroenten, bloembollen, boomkwekerijgewassen en fruit. Dit onderzoek geeft de onderbouwing van die klassenindeling bij genoemde sectoren, vergelijkt die met die van het stelsel van gedifferentieerde fosfaatgebruiksnormen en kwantificeert het effect van wijziging van een fosfaattoestand. Milieukundige effecten worden in beeld gebracht door het risico op fosfaatuitspoeling te berekenen als functie van de fosfaattoestand en andere bodemkenmerken. Daarbij worden zowel de potentiele uitspoeling uit de bouwvoor berekend als de actuele uitspoeling naar grond- en oppervlaktewater. De landbouwkundige en milieukundige effecten worden in samenhang gebracht met de gedifferentieerde fosfaatgebruiksnormen door de landbouwkundige effecten, de effecten op de plaatsingsruimte van mest en beloop van de fosfaattoestand op langere termijn. Opties voor wijziging van criteria van waarderingsklassen voor de fosfaattoestand van de bodem worden gegeven voor vier mogelijke grondslagen te weten economisch rendement, fysieke opbrengstderving, evenwichtsbemesting en milieukundig verantwoorde fosfaattoestand. Ten slotte worden aanbeveling voor aanpassing van criteria gedaan.

  • rapport

    Fosfaatklassen voor fosfaatgebruiksnormen van de Meststoffenwet : landbouwkundige en milieuhygienische aspecten in samenhang

    Invoering van het stelsel van gedifferentieerde fosfaatgebruiksnormen in de Meststoffenwet is gebaseerd op een beoordeling van de fosfaattoestand van de bodem. Daarbij worden drie klassen onderscheiden. Bij de invoering van het stelsel is aangeven of de criteria voor fosfaattoestanden wijziging behoeven. Deze studie rapporteert landbouwkundige en milieukundige effecten van wijziging van criteria voor de fosfaattoestand. De landbouwkundige effecten worden in beeld gebracht door vergelijkingen uit te voeren met de adviesbasis voor bemesting van bouwland. De indeling van de fosfaattoestand van de bodem wordt namelijk ook gehanteerd bij bemestingsadviezen voor akkerbouwgewassen, vollegrondsgroenten, bloembollen, boomkwekerijgewassen en fruit. Dit onderzoek geeft de onderbouwing van die klassenindeling bij genoemde sectoren, vergelijkt die met die van het stelsel van gedifferentieerde fosfaatgebruiksnormen en kwantificeert het effect van wijziging van een fosfaattoestand. Milieukundige effecten worden in beeld gebracht door het risico op fosfaatuitspoeling te berekenen als functie van de fosfaattoestand en andere bodemkenmerken. Daarbij worden zowel de potentiele uitspoeling uit de bouwvoor berekend als de actuele uitspoeling naar grond- en oppervlaktewater. De landbouwkundige en milieukundige effecten worden in samenhang gebracht met de gedifferentieerde fosfaatgebruiksnormen door de landbouwkundige effecten, de effecten op de plaatsingsruimte van mest en beloop van de fosfaattoestand op langere termijn. Opties voor wijziging van criteria van waarderingsklassen voor de fosfaattoestand van de bodem worden gegeven voor vier mogelijke grondslagen te weten economisch rendement, fysieke opbrengstderving, evenwichtsbemesting en milieukundig verantwoorde fosfaattoestand. Ten slotte worden aanbeveling voor aanpassing van criteria gedaan.

  • rapport

    Aantoonbaarheid van stengelaaltjes in tulp : Toetsen van tulpenuitschot op stengelaaltjes

    Jaarlijks wordt er op een tiental bollenbedrijven tijdens de veld- en exportkeuringen een stengelaaltjes besmetting in tulpen gevonden. Bij enkele van deze bedrijven keert het stengelaaltjes probleem, ondanks dat de besmette partij wordt vernietigd en de grond wordt ontsmet, na één of meerdere jaren weer terug zonder dat nieuwe partijen zijn aangekocht. Het vermoeden is dat andere partijen op deze bedrijven een stengelaaltjes besmetting dan ook al langer symptoomloos met zich mee dragen. Dit project had als doel een toets te ontwikkelen voor tulpenbollen om stengelaaltjes vroegtijdig aan te kunnen tonen. Dit lang voordat de eerste symptomen zichtbaar worden, zodat er minder versmering van het aaltje over het bedrijf kan plaatsvinden. De toets, die hiervoor binnen dit project werd ontwikkeld, is ontwikkeld op het toetsen van uitschotbollen. Deze bollen van mindere kwaliteit worden tijdens het uitzoeken van het plantgoed en het leverbaar weggegooid. Het voordeel van het gebruik van uitschotbollen is dat hierdoor geen goede plantgoed of leverbare bollen hoeven te worden gebruikt. Daarnaast wordt de kans op het aantonen van een besmetting met stengelaaltjes vergroot doordat juist de afwijkende bollen worden getoetst. Toetsen is noodzakelijk omdat stengelaaltjes symptomen in de bol visueel lastig te onderscheiden zijn van andere ziekten zoals symptomen van zuur in tulp (Fusarium). Dit onderzoek toont aan dat uitschotbollen inderdaad als indicator gebruikt kunnen worden voor een stengelaaltjes besmetting in een partij tulpen. De methoden, die binnen dit project zijn onderzocht om de stengelaaltjes vrij te maken uit de bollen waren douchen, drogen en dompelen. Het dompelen van bollen bleek de meest effectieve methode. Tijdens het onderzoek werd deze methode gecombineerd met een gevoelige moleculaire PCR toets, ontwikkeld door Blgg AgroXpertus. Door de dompelmethode te combineren met de gevoelige Real-time PCR toets bleek het mogelijk om één zieke bol tussen 1000 gezonde bollen aan te tonen. De toets is daarnaast uitgetest met praktijkpartijen afkomstig van bedrijven met een eerder vastgestelde stengelaaltjes besmetting. Echter een groot probleem vormt het restmateriaal dat meekomt met de bollen en onvoldoende te scheiden is van de stengelaaltjes in het monster. Dit restmateriaal bestaat met name uit grond, bollen- en stromijten, die veel voorkomen op zure tulpen. Voor dit probleem zal eerst een oplossing gezocht moeten worden om de toets ook daadwerkelijk in de praktijk in te kunnen zetten.

  • rapport
  • rapport
  • rapport

    Aantoonbaarheid van stengelaaltjes in tulp : toetsen van tulpenuitschot op stengelaaltjes

    Jaarlijks wordt er op een tiental bollenbedrijven tijdens de veld- en exportkeuringen een stengelaaltjes besmetting in tulpen gevonden. Bij enkele van deze bedrijven keert het stengelaaltjes probleem, ondanks dat de besmette partij wordt vernietigd en de grond wordt ontsmet, na één of meerdere jaren weer terug zonder dat nieuwe partijen zijn aangekocht. Het vermoeden is dat andere partijen op deze bedrijven een stengelaaltjes besmetting dan ook al langer symptoomloos met zich mee dragen. Dit project had als doel een toets te ontwikkelen voor tulpenbollen om stengelaaltjes vroegtijdig aan te kunnen tonen. Dit lang voordat de eerste symptomen zichtbaar worden, zodat er minder versmering van het aaltje over het bedrijf kan plaatsvinden. De toets, die hiervoor binnen dit project werd ontwikkeld, is ontwikkeld op het toetsen van uitschotbollen. Deze bollen van mindere kwaliteit worden tijdens het uitzoeken van het plantgoed en het leverbaar weggegooid. Het voordeel van het gebruik van uitschotbollen is dat hierdoor geen goede plantgoed of leverbare bollen hoeven te worden gebruikt. Daarnaast wordt de kans op het aantonen van een besmetting met stengelaaltjes vergroot doordat juist de afwijkende bollen worden getoetst. Toetsen is noodzakelijk omdat stengelaaltjes symptomen in de bol visueel lastig te onderscheiden zijn van andere ziekten zoals symptomen van zuur in tulp (Fusarium).

  • rapport

    Emissieroutes van gewasbeschermingsmiddelen uit de fruitteelt in Utrecht

    In dit rapport zijn emissieroutes van gewasbeschermingsmiddelen vanuit de fruitteelt naar het oppervlaktewater en grondwater beschreven. Daarnaast is een inschatting gemaakt van de mogelijke groottes van de verschillende emissieroutes.

  • rapport

    Milieurapportage Boom- en Vaste Plantenteelt van 2007 en 2008 : gewasbeschermingsmiddelenverbruik en milieubelasting van de boom- en vaste plantenteelt in de periode 1998-2008

    Voor dit rapport zijn diverse gegevens verzameld en geanalyseerd die inzicht bieden in het verbruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen, de kwaliteit van het oppervlaktewater in boomkwekerijgebieden en in de activiteiten van boomkwekerijondernemers op het gebied van duurzaam ondernemen. Het onderzoek richt zich met name op het middelenverbruik in de boomkwekerij en vaste plantenteelt en de milieueffecten die het verbruik met zich meebrengt. In een nadere analyse is ingegaan op het middelenverbruik in specifieke gewasgroepen.

  • rapport
  • rapport

    Monitoring ziekten, plagen & onkruiden : rapportage van ontwikkelingen 2006-2009

    In dit rapport van de Plantenziektekundige Dienst staan de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van plantenziekten en -plagen per sector t.o.v. 2005. De onderliggende oorzaken die leiden tot genoemde verontrustende ontwikkelingen hebben vaak een directe relatie met het gewasbeschermingsbeleid

  • rapport

    Voorwaarts met de milieuprestaties van de Nederlandse open-teelt sectoren: een verkenning naar 2020 ten behoeve van 'Telen met toekomst'

    Dit rapport beschrijft het overheidsbeleid voor landbouw en milieu op het gebied van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen, en de daaruit afgeleide doelen welke voor de bedrijven binnen 'Telen met toekomst' gesteld zullen worden. Verder worden beschreven de huidige milieuprestaties van de vier sectoren en de tekortkomingen ten aanzien van milieudoelstellingen en oplossingsrichtingen om de gestelde doelen te kunnen gaan voldoen

pagina 1 van 6