Nieuws

Resistente biet drukt maiswortelknobbelaaltje de kop in

Suikerbietenveld - TasfotoNL via iStock
Bron foto: TasfotoNL (iStock)
Samenvatting
  • Onderwerp
    suikerbieten, gewasbescherming
  • Interessant voor
    akkerbouwers, tuinders
Bekijk de bronnen
Het maiswortelknobbelaaltje Meloidogyne chitwoodi (MC) is een plantenparasitair aaltje met een brede waardplantstatus. Het aaltje is daardoor lastig te beheersen met gewasrotatie. Resistente rassen die het aaltje zeer slecht vermeerderen kunnen de populatie omlaag brengen en op deze manier helpen de schade te beheersen.
In samenwerking met

Met een potproef is de vermeerdering van Meloidogyne chitwoodi (MC) op een zeer resistent bietenras (cv. ‘Redukto’) van het kwekersbedrijf SES Van der Have vergeleken met dat van een gangbaar ras (cv. ‘Urselina’).

Conclusies onderzoek

De belangrijkste conclusies zijn:

  • De maximale einddichtheid van het gangbare bietenras (cv. ‘Urselina’) was gemiddeld 7,7 aaltjes per gram grond.
  • De maximale einddichtheid van het resistente bietenras was gemiddeld 0,01 aaltjes per gram grond.
  • Het resistente bietenras had een relatieve vatbaarheid van 0,13%, dat wil zeggen dat de teelt van dit ras slechts 0,13% van de vermeerdering op een gangbaar bietenras teweegbrengt.
  • De potproef is uitgevoerd in 2018, hetzelfde ras is in het veld getoetst in 2019 en liet onder veldomstandigheden dezelfde zeer hoge resistentie tegen MC zien.

Het resistente bietenras heeft een aantoonbaar zeer hoog niveau van resistentie tegen MC, en is daarmee een waardevolle aanvulling op de beheersingsmogelijkheden. Omdat de vermeerdering op dit ras zó laag is kan het bijvoorbeeld geteeld worden voorafgaand aan een voor MC schadegevoelig gewas, zoals aardappel of peen.

    Samenvatting onderzoek

    De vermeerdering van MC is vergeleken tussen het nieuwe resistente ras (zeer slechte waard), een gangbaar ras (cv. ‘Urselina’, matige waard) en Japanse haver (cv. ‘Pratex’, goede waard) bij negen inoculumdichtheden.

    Proefopzet

    De proef is uitgevoerd in een steriele kunstgrond met de karakteristieke eigenschappen van een lichte zavelgrond. Per 10 liter pot werd één plant (biet) of 12 planten (Japanse haver) gezaaid. Nutriënten werden toegevoegd middels een voedingsoplossing (Steiner) en de totale teeltduur bedroeg 16 weken.

    Na afloop van de teeltperiode is de MC-besmetting van zowel de grond als het wortelstelsel bepaald. Op basis van het verschil in de begin- en eindbesmetting is vervolgens middels het model van Seinhorst de maximale vermeerdering (a) en de maximale einddichtheid (M) berekend.

    Resultaten

    Bij een goede waard (Japanse haver) nam de besmetting sterk toe, bij het gangbare bietenras (matige waard) nam de besmetting wel toe maar al veel minder, en bij het resistente bietenras nam de besmetting altijd af, zelfs als de beginbesmetting al heel laag was (0,5 MC/gram droge grond). Het resistente bietenras had een relatieve vatbaarheid van 0,13%, dat wil zeggen dat teelt van dit ras slechts 0,13% van de vermeerdering op een gangbaar bietenras teweegbrengt.

    Vervolgonderzoek

    In 2022 heeft Wageningen Plant Research in een potproef het resistentieniveau van de rassen Redukto en Jemina voor Meloidogyne fallax getoetst. Resultaten van deze toetsing staan in de rapportage Toetsing Meloidogyne fallax resistentie in suikerbiet.

    Wat is Crkls?

    Crkls (spreek uit als cirkels) is het antwoord op de versnippering van het landbouwkundig onderzoek in de afgelopen decennia. Het platform maakt de onderzoeksresultaten beter vindbaar en relevant voor de ondernemer. De initiatiefnemers Misset Uitgeverij, BO Akkerbouw, Wageningen University & Research (WUR), Groen Kennisnet en Aeres Hogeschool willen zo een bijdrage leveren aan een toekomstbestendige landbouw in Nederland.
    Groen Kennisnet is onderdeel van de stuurgroep Crkls en heeft nauw contact met de redactie van Crkls.

    Bronnen

    (4)