• rapport
    Wageningen Livestock Research
    2017
  • rapport
    Wageningen University & Research, Leerstoelgroep Adaptatiefysiologie
    2022
  • rapport
    Wageningen Plant Research Rapport 3750342000.
    2017
  • overig
    Wageningen University
    2022

    Challenging the paradigm of one calf per year : Consequences of extended lactations for individual dairy cows

    Het doel van deze thesis was om de gevolgen van het verlengen van de lactatie voor melkproductie, vruchtbaarheid, gezondheid, stofwisseling, en economisch resultaat te onderzoeken. Daarnaast was het doel koefactoren te identificeren die de respons van individuele koeien op een verlengde lactatie bepalen.

  • rapport
    Wageningen Livestock Research rapport 1025.
    2017

    Mogelijke oorzaken van een dalende opbrengst van witte klaver (Trifolium repens L.) in de tijd

    Onderzoek naar oorzaken en oplossingen van grasklaverdaling in de landbouw.

  • rapport
    Louis Bolk Instituut
    2017

    Sorghum als derde gewas in de melkveehouderij : perspectieven van rassen en gewasrotatie in beeld

    Sorghum is een gewas dat qua groeiwijze en teelt lijkt op mais. Sorghum als derde gewas op een melkveebedrijf kan de rotatie met mais verruimen en nadelen van continuteelt mais zoals opbouw van bodemgebonden ziekten, resistentie bij onkruiden en bodemverdichting mogelijk voorkomen. In dit onderzoek worden de perspectieven van sorghum in vergelijking met mais in beeld gebracht. In 2016 zijn onder andere rassen vergeleken en zijn bodemmetingen gedaan aan een gewasrotatie met mais en sorghum.

  • rapport
    Rapport / Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research (WPR), Business unit Open Teelten WPR-836.
    2020

    Duurzaam bodembeheer maïs : proefresultaten 2017

    Veel melkveehouderijbedrijven telen snijmaïs, een gemakkelijk te telen ruwvoergewas met een goede productie van constante hoge kwaliteit. Als zetmeelbron met een ruime energie/eiwitverhouding past het goed in het runderdieet, naast gras en graskuil. De maïsteelt kan echter nadelige effecten hebben voor de bodem door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en het uit- en afspoelen van nutriënten. In de PPS “Ruwvoerproductie en Bodemmanagement” onderzoeken Wageningen UR en het Louis Bolk Instituut in samenwerking met de bij de werkpakketten betrokken bedrijfslevenpartners duurzame en praktisch haalbare verbeteringen en vernieuwingen. Teeltsystemen die zorgen voor een gezonde bodem worden daarbij gezien als sleutel tot duurzame teelt. Op de drie locaties worden diverse teeltsystemen vergeleken in meerjarige proeven uitgevoerd op zand- (De Moer en Rolde) en kleigrond (Lelystad). Daarbij wordt onder andere gekeken naar opbrengst, onkruiddruk, bodemstructuur, aanwezigheid van regenwormen, indringingsweerstand, waterinfiltratie, stikstofdynamiek en economische aspecten.

  • rapport
    Rapport / Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten WPR-837.
    2020

    Duurzaam bodembeheer maïs : proefresultaten 2018

    Veel melkveehouderijbedrijven telen snijmaïs, een gemakkelijk te telen ruwvoergewas met een goede productie van constante hoge kwaliteit. Als zetmeelbron met een ruime energie/eiwitverhouding past het goed in het runderdieet, naast gras en graskuil. De maïsteelt kan echter nadelige effecten hebben voor de bodem door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en het uit- en afspoelen van nutriënten. In de PPS “Ruwvoerproductie en Bodemmanagement” onderzoeken Wageningen UR en het Louis Bolk Instituut in samenwerking met de bij de werkpakketten betrokken bedrijfslevenpartners duurzame en praktisch haalbare verbeteringen en vernieuwingen. Teeltsystemen die zorgen voor een gezonde bodem worden daarbij gezien als sleutel tot duurzame teelt. Op de drie locaties worden diverse teeltsystemen vergeleken in meerjarige proeven uitgevoerd op zand- (De Moer en Rolde) en kleigrond (Lelystad). Daarbij wordt onder andere gekeken naar opbrengst, onkruiddruk, bodemstructuur, aanwezigheid van regenwormen, indringingsweerstand, waterinfiltratie, stikstofdynamiek en economische aspecten. De resultaten uit 2018 worden in deze rapportage beschreven.

  • artikel
    Frontiers of Agricultural Science and Engineering 8 (2021) 1
    2021
  • artikel
    Grass and Forage Science 78 (2023) 1
    2023
  • artikel
    Entomologia Experimentalis et Applicata 172 (2024) 2
    2024
  • artikel
    Animals 10 (2020) 6
    2020
  • rapport
    Koeien & Kansen rapport nr. 87.
    2020

    Handleiding BedrijfsWaterWijzer

    Hoofdstuk 2 beschrijft de wijze hoe bij RVO een machtiging toegekend kan worden, een account aangemaakt kan worden in Akkerweb en gegevens van de KringloopWijzer gereed gemaakt kunnen worden voor gebruik in de BedrijfsWaterWijzer. Deze gegevens kunnen in de BedrijfsWaterWijzer geïmporteerd worden. Voor dit hoofdstuk is gebruik gemaakt van een door de organisatie Projecten LTO Noord reeds eerder geschreven handleidingen. Voor de continuïteit van het invoeren is deze handleiding (bijna) integraal overgenomen in deze handleiding van de BedrijfsWaterWijzer. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving hoe via de applicatie Akkerweb ingelogd kan worden. Ook wordt beschreven hoe binnen de BWW van bedrijf gewisseld kan worden zonder dat het laatst gebruikte bedrijf (account) weer automatisch wordt opgestart . Hoofdstuk 4 bevat een beschrijving hoe eerst de onderdelen percelen en sloten moeten worden ingevoerd en bewerkt en hoe percelen en sloten aan elkaar gekoppeld moeten worden. Daarna volgt per module een beschrijving van het invoeren en bewerken van detail gegevens voor de BWW. Module 1 in hoofdstuk 4 (Erfwater) wordt ingevuld in de AgriWijzer van Broos Water. Dit is een bestaand internet-programma dat al eerder ontwikkeld was en dat breed beschikbaar is. De AgriWijzer is in overleg met Koeien en Kansen aangepast zodat het programma optimaal aansluit bij de BWW doelen. Hiertoe is in de AgriWijzer een nieuwe aansluiting op de BWW gebouwd. Vervolgens is de ‘gebruikers-route’ en de informatie-uitwisseling tussen AgriWijzer en BWW geprogrammeerd.

  • rapport
    Report / Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research (WPR), Business unit Field Crops WPR-877.
    2021

    Cover crop reference values : effective organic matter and nitrogen uptake

    Goed beheer van de bodem organische stof (OS) is belangrijk om de bodemkwaliteit te bewaren. Met een organische stofbalans kan een agrariër of adviseur een inschatting maken of het organische stof aanvoer voldoende is. Een methode om de balans op te stellen is het gebruik van kengetallen van effectieve organische stof aanvoer (EOS) van mest, gewasresten en groenbemesters. De EOS is de hoeveelheid van het OS wat in de bodem nog aanwezig is één jaar na onderwerken. Het wordt berekend de droge stof (minus ruw as) te vermenigvuldigen met de humificatiecoëfficiënt (HC), dit is de fractie van de OS wat nog niet afgebroken is één jaar na onderwerken. In dit rapport worden de huidige EOS-kengetallen voor tien groenbemesters geactualiseerd en aangevuld. We geven ook nieuwe kengetallen aan voor de stikstofopname van de groenbemesters.

  • artikel
    Sustainability 12 (2020) 3
    2020
  • artikel
    Soil and Tillage Research 201 (2020)
    2020
  • artikel
    Sustainability 11 (2019) 20
    2019
  • artikel
    Field Crops Research 249 (2020)
    2020
  • rapport
    Rapport / Wageningen Environmental Research 3120.
    2021

    Evaluatie van verwerkingsinstallaties voor mest en co-vergiste mest

    Dit eindrapport van het vierjarige TKI Publiek-Private Samenwerking (PPS)-project ‘Meerwaarde Mest en Mineralen 2: nutriënten terugwinning uit mest’ bevat de evaluatie van vijf grootschalige verwerkingsinstallaties voor dierlijke mest of co-vergiste dierlijke mest (digestaat). De verschillende gebruikte verwerkingstechnieken omvatten hygiënisatie, dik/dun-scheiding, drogen en persen van de dikke fractie en productie van mineralenconcentraat en loosbaar water door middel van membraanfiltratie en ionenwisselaars of door middel van membraanfiltratie en biologische zuivering. Op basis van een uitgevoerde monitoring van deze bedrijven wordt ingegaan op de behaalde scheidingsrendementen, de massabalansen, de verwerkingskosten en de samenstelling en agronomische en milieukundige kwaliteit van de eindproducten. Ook de milieuvoordelen van verwerking zijn berekend via een beknopte levenscyclusanalyse (LCA). Daarnaast stond de bouw, monitoring en evaluatie van een innovatieve installatie om de dikke fractie van co-vergiste dierlijke mest te scheiden in een fosfaatmeststof en een fosfaatarme bodemverbeteraar centraal. Er worden aanbevelingen gedaan voor verdere duurzame ontwikkeling van mestverwerking in Nederland.

  • artikel
    Animal 13 (2019) 5
    2019